O dulcis Jesu,
tu es fons pietatis,
tu es fons bonitatis,
fonsque amoris,
et apud te est fons vitae,
O dulcis Jesu

Bibat ergo in te solo anima mea,
ad te solum confugiat,
ad te die nocteque clamet,
quia in te solo vera est quies,
vera dulcedo, vera que pax et vita.

Praebe mihi, amantissime Jesu,
tuum dulcissimum lumen;
infunde, suavissime Domine,
infunde in animam meam
amabilissime tuae lucis scintillam
ut sic illustrata irradiataque valeat
te videre, te amare, amando te frui,
fruendo te possidere,
cum sanctis tuis in aeternum.
O dulcis Jesu.

 

O lieve Jezus,
U bent de bron van toewijding,
U bent de bron van goedheid,
en de bron van liefde,
en U bent de bron van het leven,
O lieve Jezus.

Dus laat mijn ziel slechts van U drinken,
U bent mijn enige toevlucht
Laat mijn ziel dag en nacht om U roepen,
Want in U alleen is ware rust,
ware zoetheid en ware levensvrede.

Geef mij, o liefdevolle Jezus,
het geschenk van uw liefste licht;
beziel mij, goede Heer,
en stort een vonk van Uw licht
op mijn ziel, zodat ik,
aldus verlicht en stralend
waardig ben om U lief te hebben,
in U te genieten, om met Uw heiligen
deelgenoot te zijn aan uw eeuwigheid.
Oh, lieve Jezus.