De ‘Flauto di voce’

De voice flute die in Italië flauto di voce en in Frankrijk flûte de voix wordt genoemd is een grote altblokfluit Hij is een terts lager gestemd (in D), net zoals een barok (dwars)fluit. Met een voice flute kan men barok (dwars)fluitmuziek spelen zonder de muziek te transponeren. Het instrument dankt haar naam aan het feit dat de ligging en omvang ongeveer gelijk is aan de menselijke sopraanstem. Het instrument heeft een volle ronde toon.

De violone

De G violone is het grootste lid van de gamba familie. Vanaf het einde van de 15e eeuw zijn er veel verwijzingen naar dit instrument. Meestal wordt het als de bas van het viola da gamba consort beschreven, maar het bezit ook een eigen virtuoos solo repertoire. Beschrijvingen van de G violone verschijnen nog steeds in de 18e eeuw. Tot 1730 is de violone het meest genoemd van de grote basstrijkinstrumenten, vooral in Duitse bronnen. Tegen het einde van de 17e eeuw veranderde duidelijk de functie van het G violone. Verhandelingen uit die tijd noemen het nog altijd het grootste strijkinstrument, maar ze beschrijven het niet meer als lid van het gamba consort. In plaats daarvan, gebruikte men het als een verdubbeling van de cello. Omdat ensembles steeds groter werden, moest het uiteindelijk plaats maken voor de moderne contrabas, het grootste instrument van de vioolfamilie.

Het is belangrijk te onthouden dat de G violone niet alleen de lage 16 voet bastonen bevat, maar ook het zoete (8’) bovenregister. Die eigenschappen maken het bijzonder geschikt om kleine ensembles, zoals ‘Concerto Delle Donne’, te begeleiden, waar het de rol van zowel de viola da gamba /cello als die van de contrabas kan aannemen.

(Met dank aan Joëlle Fancher Morton.  Voor meer informatie http://earlybass.com/articles-bibliographies/bass-matters-so-really-what-is-a-violone-some-answers-and-more-questions)

Sarah speelt op een modern instrument in de stijl van de Italiaanse vioolbouwer Giovanni Paolo Maggini (1580-1630)
GiovanPaoloMagginiViolinLabel

De arciliuto

De rijke Europese geschiedenis van het instrument begint in de Middeleeuwen. De luit heeft dan 4 choren (7 snaren).
De arciliuto staat aan het einde van de ontwikkelingen. Het instrument heeft 7 choren (13 snaren) op de toets en 7 lange enkele bassnaren. De stemming is gelijk aan die van de Renaissance luit. De bassnaren liggen naast de toets en kunnen dus niet worden verkort. Naargelang de toonsoort moeten de bassen worden aangepast.
De arciliuto is een Italiaanse uitvinding en wordt in de 17e eeuw veelvuldig als continuo instrument gebruikt.

Paula bespeelt een 14-korige arciliuto die werd gebouwd door  Sebastián Núñez.
IMG_0388IMG_0392

IMG_0393